Frisse scholen met klasse A of B

28 okt Frisse scholen met klasse A of B

Als ontwerper heb je altijd een leidraad, het Programma van Eisen. Zo ook als ontwerper van schoolgebouwen. Dit is vastgelegd in het Programma van Eisen Frisse Scholen. Dit biedt een drietal kwaliteitsklassen (A, B en C) voor een vijftal onderwerpen.

Deze zijn energie, thermisch comfort, binnenluchtkwaliteit, visueel comfort en akoestisch comfort. Om voor alle vijf de onderwerpen een A klasse na te streven blijkt uit onderzoek dat de te nemen keuzes vaak tot dilemma’s leiden. Ook wel conflicterende keuzes genoemd.

Hierbij moet gedacht worden aan:

  • daglicht versus energiegebruik en thermisch comfort;
  • akoestische kwaliteit (nagalmtijd) versus thermische massa;
  • binnenlucht kwaliteit versus geluid / – versus energiegebruik / – versus thermisch comfort.

Wel met dien verstande dat het energiegebruik met klasse A voor 50% lager ligt dan het in het bouwbesluit is vastgelegd.

Zoals vaak het geval is worden de technische keuzes gemaakt aan de hand van het beschikbare budget, maar zeker ook aan de keuzes die de architect maakt.

Een tweetal ontwerpoplossingen van schoolgebouwen zijn bestudeerd en geëvalueerd, gericht op én weinig energiegebruik én een goed binnenklimaat.

Uitgangspunt klasse A

Laten we even gebruik maken van twee hypothetische voorbeelden: gebouw 1 en gebouw 2. Gebouw 1 maakt gebruik van stadsverwarming- en koeling. De ventilatie gaat middels een gebalanceerd mechanisch ventilatiesysteem met warmteterugwinning. Er wordt gekozen voor een vraag gestuurde ventilatie. Wel met gevolg dat de luchtkwaliteit altijd op de grenswaarde zal zitten. In het gebouw wordt geen verlaagd plafond toegepast. Hierdoor wordt de technische capaciteit van de vloer / het plafond gebruikt. Door het plaatsen van zonnepanelen wordt het gebouw energieneutraal. Dit laatste vraagt om een forse financiële investering, maar daar staat een lagere exploitatielast voor de gebruiker tegenover. Omdat het pand geen verlaagde plafonds heeft, is tocht en nagalmtijd een issue die aandacht eist en geld kost. Ook de gekozen zonneschermen bedekken niet het totale raamoppervlak. Gunstig voor de inval van het daglicht, ongunstig voor de thermische belasting en benodigde koelcapaciteit. Dat leidt dus tot een hoger energiegebruik voor de koeling. Tevens brengt deze zonne-inval kans op verblinding op het schoolbord. Zeker als het om een hoeklokaal gaat.

Uitgangspunt klasse B

Gebouw 2 is nog in ontwerpfase, waarbij wordt gestreefd een low-tech gebouw neer te zetten dat aan de vereiste voorwaarden voldoet. Dit gebeurt middels bouwkundige maatregelen wordt en wanneer nodig aangevuld met installatietechnische maatregelen.

Ventilatie gebeurt middels natuurlijke toevoer door zelfregelende roosters in de gevel. Eventueel wordt deze voorverwarmd om tocht te voorkomen. De klaslokalen worden voorzien van een mechanisch afzuigsysteem. Buiten het stookseizoen kan het gebouw aanvullend worden geventileerd door ramen open te zetten, zowel in de gevel als op het dak. De binnenruimten zijn voorzien van een gebalanceerd ventilatiesysteem. Bij een vol klaslokaal kan worden voldaan aan de eisen die gesteld zijn voor klasse B. Maar wanneer de interne warmtelast hoger is, is aanvullende ventilatie noodzakelijk om aan de temperatuureisen te voldoen. Dit is eenvoudig op te lossen door ramen open te zetten, wat wel weer tocht veroorzaakt. Extra instructies om het juiste gebruik van handbediende zonneschermen en het openen van ramen is essentieel. Het mag duidelijk zijn dat de gebruiker grote invloed heeft op de klimaatomstandigheden. Goede instructie is dus een vereiste.

Helaas moet geconcludeerd worden dat het haast onmogelijk is om een gezond en energie efficiënt schoolgebouw neer te zetten waarbij voor alle aspecten een optimale score te realiseren is.

Nog een klein voorbeeldje: met de zeer strenge eisen voor het thermisch comfort kunnen we gewoonweg niet buiten actieve koeling om. het is een optie om flink te investeren in bijvoorbeeld warmte/koude opslag in combinatie met een warmtepomp. Dit resulteert alleen wel weer in lagere kosten in het energiegebruik tijdens de levenscyclus van een gebouw.

Een gemakkelijk te nemen stap zou zijn om de lat niet zo hoog te leggen als het gaat om de binnentemperaturen. Tot die tijd komt het neer op een goede samenwerking tussen bouwkundigen en installatiedeskundigen om te komen tot een evenwichtig, duurzaam ontwerp. Wil je meer informatie over dit onderwerp? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op.